 |
Zonnige plaats |
|
 |
Bloeimaanden: |
april -mei |
 |
Hoogte: |
10-20 cm |
|
|
Levensduur: |
overblijvend |
|
| Namen |
|
| Nederlands: |
Randjesbloem, blauwkussen |
| Wetenschappelijk: |
Aubrieta |
| Familie: |
Brassicaceae |
| Bronnen: |
tuinadvies.be ,groeninfo, Atrium 14d |
| Plaats: |
niet meer (achter) |
| Beschrijving |
|
|
Wortels: |
Zodenvormende vaste plant, hoogte 15 cm
en breed uitgroeiend tot 60 cm |
|
Bladeren: |
Wigvormige groenblijvende blaadjes,
|
|
Bloemen: |
Purperen 2 cm grote bloemen |
| Biotoop |
|
|
Bodem/grond: |
Kalkhoudend, rotspartijen en
borderranden |
| Verzorging: |
Deze plant komt van oorsprong uit de
bergen en is dan ook zeer geschikt voor de rotstuin als
'voegenvuller' in de stapelmuur of tussen stenen (ook
bestrating). Verlangt een zonnige plek en een matig
voedselrijke bodem. Ze groeit vrij snel en heeft meestal
een kussenvormige groeiwijze. Deze plant staat het
liefst op een licht vochtige plek, maar kan redelijk
tegen droogte. U kunt haar het best uitplanten in
grotere groepen. Groeit bodembedekkend en laat zich goed
combineren met andere planten.
Knip na de bloei de lange, sliertige stengeltjes licht
in om plant in model te houden. Scheur iedere 3 jaar na
de bloei in juni. |
|